Kennisbank

Oefentherapie in 2026: van DTO-screening tot declareren met PCL 074

Wat de administratie van een praktijk voor oefentherapie Cesar en Mensendieck in 2026 vraagt: DTO-screening en verwijzing, beperkte aanspraken, declareren met prestatiecodelijst 074 en DCSPH, meetinstrumenten en het patiëntendossier volgens de VvOCM-richtlijn.

Algemeen4 min leestijd4 november 2026

Als oefentherapeut Cesar of Mensendieck werk je aan houding en beweeggedrag in het dagelijks leven. Daaromheen ligt een administratieve laag: screening bij directe toegang, verwijzingen, zorgtrajecten, beperkte aanspraken, meetinstrumenten en verslaglegging. Die laag komt samen in je EPD, het elektronisch patiëntendossier. Dit artikel loopt die laag langs op basis van VvOCM, Vektis en de overheid, en laat zien wat een EPD voor oefentherapie daarvoor moet kunnen.

Directe toegankelijkheid en verwijzing

Een cliënt komt op verwijzing van de huisarts of medisch specialist, of op eigen initiatief via Directe Toegankelijkheid Oefentherapie (DTO). Bij DTO voer je eerst een screening uit. De Richtlijn Verslaglegging vraagt dan extra gegevens: de contactreden, de conclusie van de screening (pluis of niet-pluis), eventuele afwijkende symptomen of een afwijkend beloop, en of er een indicatie is voor verder oefentherapeutisch handelen. Na een DTO-screening en bij afsluiting van het traject rapporteer je schriftelijk aan de huisarts of verwijzer.

Bij een verwijzing leg je de naam en specialisatie van de verwijzer vast en de vraagstelling. Declareer je een screening of onderzoek na screening, dan is er sprake van directe toegang en mag er geen verwijzer in de declaratie staan. Bij prestaties met "na verwijzing" in de omschrijving neem je de verwijzer juist wel op, met het type verwijzing en de oorspronkelijke verwijsdatum. Een mondelinge verwijzing telt niet; die moet digitaal of op papier zijn vastgelegd.

Vergoeding en beperkte aanspraken

De basisverzekering kent een aantal specifieke aanspraken, en juist die vragen nauwkeurige registratie:

  • Chronische lijst: voor volwassenen met een aandoening uit Bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering vergoedt de basisverzekering vanaf de 21e behandeling. De eerste 20 komen voor rekening van de cliënt of de aanvullende verzekering.
  • Kinderen onder de 18: maximaal de eerste 9 behandelingen, met zo nodig maximaal 9 extra. Bij een aandoening op de chronische lijst worden alle behandelingen vergoed.
  • Gesuperviseerde oefentherapie: bij artrose van heup of knie de eerste 12 behandelingen, bij claudicatio intermittens de eerste 37, en bij COPD vanaf fase 2 alle behandelingen.
  • Nieuw in 2026: actieve oefentherapie bij ernstige axiale spondyloartritis wordt vergoed uit de basisverzekering.

Bij een Bijlage 1-aanspraak informeer je de cliënt over de telling. Volgens de werkafspraken van Vektis bevat dat bericht de DCSPH-code, de toelichting lichaamslocatie, de aanspraakcode, de startdatum van het zorgtraject en het nummer van de zitting, met verzenddatum en tijd. Zo kan een volgende praktijk de eerste 20 behandelingen goed doortellen.

Zo werkt het in Maira®

Maira is het EPD voor oefentherapiepraktijken, Cesar en Mensendieck, gebouwd op een FHIR-gebaseerd dossier dat je in open formaat kunt exporteren. Het platform is gecertificeerd voor ISO 27001 en NEN 7510 en wordt Europees gehost. Je start gratis tot je oude contract afloopt (met een maximum van 6 maanden) en het overzetten van je gegevens is kosteloos. Ondersteunend personeel werkt gratis mee.

Declareren via de GDS met prestatiecodelijst 074

Je declareert via de Generieke Declaratie Standaard (GDS801). Voor oefentherapie is dat prestatiecodelijst 074. De prestaties zelf zijn vastgelegd in de NZa-beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor oefentherapie, met onder meer screening, intake en onderzoek na screening of na verwijzing, individuele zittingen en groepszittingen per groepsgrootte. De belangrijkste regels uit de invulinstructie:

  • Diagnose: per prestatie één diagnosecode uit de DCSPH (diagnosecodelijst 005). Bij codes waarvoor de DCSPH dat aangeeft, is de toelichting lichaamslocatie verplicht.
  • Zorgtrajectnummer: een UUIDv4 dat je software per praktijk genereert, uniek per diagnosecode, lichaamslocatie en zorgtrajectstartdatum. Een andere aanspraakcode leidt in de meeste gevallen tot een nieuw nummer.
  • Aanspraakcode: vervangt de oude CSI-code. Voor kinderen onder de 18 wordt alleen nog code 003 gebruikt.
  • Groepszittingen: het aantal uitgevoerde prestaties is altijd 1, ongeacht de duur van de zitting.

Meetinstrumenten en PROMs

De Richtlijn Verslaglegging schrijft geen vaste set of frequentie voor. Je kiest meetinstrumenten op basis van de zorginhoudelijke richtlijn en het doel (diagnostisch, prognostisch of evaluatief), en je noteert de afgenomen instrumenten met datum. Denk aan visueel analoge schalen en vragenlijsten. Minimaal meet je in de diagnostische fase en opnieuw in de eindfase; bij langere trajecten vaker. Voor cliëntervaringen gebruikt de VvOCM sinds 2018 de landelijke PREM-vragenlijst van Zorgverzekeraars Nederland. Uitkomsten (PROMs) worden uitgevraagd via Nivel Zorgregistraties, dat de resultaten per praktijk terugkoppelt.

Het patiëntendossier volgens de VvOCM-richtlijn

De beroepscode verplicht je een dossier bij te houden volgens de Richtlijn Verslaglegging en het te bewaren volgens de WGBO. De bewaartermijn is 20 jaar. De richtlijn volgt de stappen van het methodisch handelen en het Oefentherapeutisch Diagnostiek en Interventie Model (ODIM) naast de ICF. Het hoofdbehandeldoel formuleer je op activiteiten en participatie, met subdoelen op alle vier de ODIM-domeinen. Per behandelsessie leg je vast wat er is gedaan en hoe dat verliep; de SOEP-structuur mag, maar is een hulpmiddel.

Volgens de beroepscode borg je je kennis en vaardigheden via het Kwaliteitsregister Paramedici. Daar gelden de kwaliteitscriteria 2025-2030, met eisen aan werkervaring en deskundigheidsbevordering. Een specialisatie zoals kinder-, bekken- of psychosomatisch oefentherapeut mag je alleen voeren als je daarvoor ook in het register staat.

Wat een EPD voor oefentherapie moet kunnen

Al deze eisen komen samen in je EPD. Let bij je keuze op het volgende:

  • een DTO-screening met conclusie pluis of niet-pluis en een aparte verwijsregistratie;
  • declareren met prestatiecodelijst 074, DCSPH-codes en de juiste aanspraakcode;
  • automatische zorgtrajectnummers in UUIDv4-formaat en een teller voor de eerste 20 behandelingen;
  • bewaking van beperkte aanspraken, zoals 12 of 37 behandelingen bij gesuperviseerde oefentherapie;
  • correcte groepsdeclaraties;
  • verslaglegging langs ODIM en ICF, met meetinstrumenten op datum;
  • rapportage aan huisarts of verwijzer na screening en bij afsluiting.

Maira is het EPD voor oefentherapiepraktijken, Cesar en Mensendieck, gebouwd op een FHIR-gebaseerd dossier dat je in open formaat kunt exporteren. Het platform is gecertificeerd voor ISO 27001 en NEN 7510 en wordt Europees gehost. Je start gratis tot je oude contract afloopt (met een maximum van 6 maanden) en het overzetten van je gegevens is kosteloos. Ondersteunend personeel werkt gratis mee. Hoe dat er in de praktijk uitziet, lees je op de pagina Het EPD voor oefentherapie.

Verder lezen

Veelgestelde vragen

Wat moet een patiëntendossier voor oefentherapie kunnen?
Een EPD voor oefentherapie legt de DTO-screening vast met de conclusie pluis of niet-pluis, registreert verwijzingen, bewaakt beperkte aanspraken en declareert met prestatiecodelijst 074 en DCSPH-codes. Het dossier volgt de VvOCM-richtlijn: verslaglegging langs ODIM en ICF, meetinstrumenten op datum en rapportage aan de huisarts of verwijzer.
Welke prestatiecodelijst en diagnosecodes gebruik ik als oefentherapeut?
Je declareert via de Generieke Declaratie Standaard met prestatiecodelijst 074 (oefentherapie). Per prestatie neem je één diagnosecode op uit de DCSPH, diagnosecodelijst 005, met waar nodig de toelichting lichaamslocatie. Elk zorgtraject krijgt een zorgtrajectnummer in UUIDv4-formaat dat je software genereert.
Wat leg ik vast bij Directe Toegankelijkheid Oefentherapie (DTO)?
Volgens de VvOCM Richtlijn Verslaglegging 2022 leg je naast de basisgegevens de contactreden vast, de conclusie van de screening (pluis of niet-pluis), eventuele afwijkende symptomen en of er een indicatie is voor verder oefentherapeutisch handelen. Bij declaratie van screening of onderzoek na screening mag er geen verwijzer in de declaratie staan.
Wanneer vergoedt de basisverzekering oefentherapie?
Voor volwassenen met een aandoening op de chronische lijst vanaf de 21e behandeling. Kinderen onder de 18 krijgen maximaal 9 behandelingen, met maximaal 9 extra. Gesuperviseerde oefentherapie wordt vergoed bij artrose van heup of knie (eerste 12), claudicatio intermittens (eerste 37) en COPD vanaf fase 2. Sinds 2026 valt ook actieve oefentherapie bij ernstige axiale spondyloartritis onder de basisverzekering.
Hoe declareer ik een groepszitting oefentherapie?
De NZa kent aparte groepsprestaties per groepsgrootte. Volgens de Vektis-invulinstructie voor prestatiecodelijst 074 vul je bij een groepszitting het aantal uitgevoerde prestaties altijd met 1, ongeacht hoe lang de zitting duurt.
← Alle artikelen