Disciplines

Maira® voor fysiotherapeuten

Deze pagina laat zien hoe je fysio-workflow eruitziet in 2026: van DTF-screening en verwijzing tot declareren met prestatiecodelijst 073 en DCSPH, de behandelindex, PROMs en PREMs, en dossiervoering volgens de KNGF-richtlijn. En wat die eisen betekenen voor je EPD-keuze.

Fysiotherapie

Je werkdag draait om meer dan behandelen. Screening, verwijzingen, zorgtrajecten, declaratieregels, meetinstrumenten en dossiervoering lopen door elkaar heen. Deze pagina loopt de administratieve kern van de fysiotherapiepraktijk langs, op basis van de richtlijnen van het KNGF, Vektis en de zorgverzekeraars, en vertaalt die naar wat het vraagt van je EPD.

Directe toegankelijkheid en DTF-screening

Een patiënt komt binnen via Directe Toegankelijkheid Fysiotherapie (DTF) of via een verwijzing. Bij directe toegang voer je eerst een screening uit om te bepalen of er een indicatie voor fysiotherapie is: de conclusie is 'pluis' of 'niet-pluis'. Bij 'pluis' volgt de intake en het onderzoek. De screening en de verkregen toestemming leg je expliciet vast in het dossier. Declareer je screening of onderzoek na screening, dan mag er geen verwijzer in de declaratie staan.

Verwijzing, chronische lijst en machtigingen

Bij een chronisch traject, of als de verzekeraar het vereist, heb je een verwijzing van een (huis)arts of specialist nodig. Voor een chronisch traject kun je screening, intake en onderzoek niet declareren; je declareert dan intake en onderzoek na verwijzing. In de declaratie neem je de AGB-code van de verwijzer, het type verwijzing (code 01) en de oorspronkelijke verwijsdatum op. Een mondelinge verwijzing bestaat in dit kader niet; die moet digitaal of op papier zijn vastgelegd.

Voor aandoeningen op de chronische lijst (zoals MS, whiplash, frozen shoulder of ernstige reumatoïde artritis) geldt dat de behandelingen vanaf de 21e worden vergoed uit de basisverzekering. De eerste 20 behandelingen komen éénmalig per indicatie voor rekening van de patiënt of de aanvullende verzekering. Voor specifieke trajecten zoals claudicatio en frozen shoulder geldt een maximale termijn van 12 maanden per zijde; verlenging daarna vraagt vaak expliciete toestemming van de verzekeraar.

Declareren met prestatie- en DCSPH-codes

Sinds 1 januari 2025 is de Generieke Declaratie Standaard (GDS) de norm voor paramedische zorg. Elke zorgsoort heeft een eigen prestatiecodelijst; voor fysiotherapie is dat lijst 073. Diagnosecodes komen uit de DCSPH-codelijst 005 (Uniforme DiagnoseCodeSystematiek). Een paar regels om scherp op te zijn:

  • Zorgtrajectnummer: elk traject krijgt een uniek nummer in UUIDv4-formaat, dat je software automatisch aanmaakt. Een wijziging in diagnosecode of lichaamslocatie leidt altijd tot een nieuw zorgtrajectnummer.
  • Aanspraakcodes: deze vervangen de oude CSI-codes. Voor jeugd onder de 18 jaar is het teruggebracht tot één code, 003, voor de eerste niet-chronische behandelingen.
  • Eerste 20 behandelingen: de patiënt ontvangt via de software een beveiligde mail over het aantal uitgevoerde behandelingen, de aanspraakstartdatum en de DCSPH-code. Zo wordt de drempel van 20 niet dubbel gerekend bij overstap naar een andere praktijk.
  • COV-check: voor je declareert doe je een actuele online Controle op Verzekeringsgegevens via VECOZO.

Behandelindex en audits

De landelijke behandelindex is een spiegelinstrument dat het gemiddeld aantal behandelingen van je praktijk afzet tegen het landelijk gemiddelde, gecorrigeerd op casemix. Er wordt gecorrigeerd op vijf kenmerken: pathologie (tien klassen), leeftijd, geslacht, sociaaleconomische status en verzekeringsgrondslag. Voor kwaliteitsmodules zoals CZ Plus mag de behandelindex maximaal één standaarddeviatie boven 100 liggen, wat neerkomt op een index tussen 84 en 116. Praktijken die zijn aangesloten bij een praktijkkwaliteitsregister ondergaan periodieke (peer)visitaties, waarbij de dossiervoering en data-aanlevering indicatief worden getoetst.

Meetinstrumenten: PROMs en PREMs

Klinimetrie is verplicht om de voortgang te monitoren en de kwaliteit te borgen. Voor musculoskeletale klachten meet je de pijnintensiteit met de NPRS en het activiteitenniveau met de PSK, bij aanvang, om de zes weken en bij afsluiting. Daarnaast gebruik je aandoeningsspecifieke instrumenten: de SBST bij lage rugpijn, de QuickDASH voor de bovenste extremiteit en de NDI voor de nek. Bij COPD hoort de 6-minuten wandeltest, af te nemen op een 10-meterparcours, aangevuld met een vragenlijst zoals de CCQ of CAT. Voor het meten van patiëntervaringen is de tripartiete PREM Paramedische zorg verplicht.

Dossiervoering volgens de KNGF-richtlijn en LDF

Je dossier voldoet aan de meest recente KNGF-richtlijn Dossiervoering. Per contactmoment leg je vast volgens de SOEP-methode: Subjectief, Objectief, Evaluatie, Plan. Het dossier bevat minimaal de hulpvraag, de fysiotherapeutische diagnose, een behandelplan met SMART-doelen en de evaluaties van de gebruikte meetinstrumenten. Voor de dataverzameling hanteert het Keurmerk minimumnormen: 50% voor de aanvangsmetingen en 40% voor de eindmetingen.

Ben je aangesloten bij een praktijkregister van het Kwaliteitshuis, dan is maandelijkse data-aanlevering aan de Landelijke Database Fysiotherapie (LDF) verplicht. Je deelt de behandeldata rechtstreeks vanuit je EPD, maandelijks met een druk op de knop. De uitwisseling is beveiligd met inloggegevens en verloopt versleuteld via HTTPS. Sinds 2025 is KRF NL vervangen door het Individueel Register Fysiotherapie van het Kwaliteitshuis, naast de Stichting Keurmerk Fysiotherapie.

Wat dit betekent voor je EPD-keuze

Al deze eisen komen samen in je EPD. Het moet zorgtrajectnummers in UUIDv4-formaat genereren en de trajectregels bewaken, declareren met prestatiecodelijst 073 en DCSPH ondersteunen, de maandelijkse LDF-export via een beveiligde verbinding faciliteren, de voor- en nametingen voor de Minimale Dataset vastleggen en de COV-check via VECOZO mogelijk maken.

Maira is een EPD voor de brede eerste lijn, gebouwd op een FHIR-gebaseerd dossier waaruit je je gegevens in open FHIR-formaat kunt exporteren, het uitgangspunt van 'een EPD waar je ook weer weg kunt'. Het platform is gecertificeerd voor ISO 27001 en NEN 7510, met logging van toegang tot patiëntgegevens volgens NEN 7513, en wordt Europees gehost. Je kunt Maira tot twaalf maanden gratis parallel naast je lopende EPD-contract draaien, zodat je zonder dubbele kosten kunt vergelijken. In het prijsmodel tellen alleen behandelaars met een persoonlijke AGB-code mee; ondersteunend personeel is gratis. Maira wordt uitgegeven door Mapas Concepts B.V. in Hoorn, onafhankelijk en zonder private equity.

Veelgestelde vragen

Welke prestatie- en diagnosecodes gebruik ik als fysiotherapeut?
Sinds 1 januari 2025 declareer je via de Generieke Declaratie Standaard. Voor fysiotherapie gebruik je prestatiecodelijst 073 en voor de diagnose de DCSPH-codelijst 005. Elk zorgtraject krijgt een uniek zorgtrajectnummer in UUIDv4-formaat, dat je software automatisch aanmaakt. Een wijziging in diagnosecode of lichaamslocatie leidt altijd tot een nieuw zorgtrajectnummer.
Wanneer is een verwijzing verplicht en wat leg ik dan vast?
Bij een chronisch traject, of als de verzekeraar het vereist, heb je een verwijzing van een (huis)arts of specialist nodig. Je legt de AGB-code van de verwijzer, het type verwijzing (code 01) en de oorspronkelijke verwijsdatum vast. Bij directe toegang via DTF mag er juist geen verwijzer in de declaratie staan; daar leg je de screening met conclusie pluis of niet-pluis en de toestemming vast.
Wat is de behandelindex en welke norm geldt er?
De behandelindex zet het gemiddeld aantal behandelingen van je praktijk af tegen het landelijk gemiddelde, gecorrigeerd op casemix (pathologie, leeftijd, geslacht, sociaaleconomische status en verzekeringsgrondslag). Voor kwaliteitsmodules zoals CZ Plus mag de index maximaal één standaarddeviatie boven 100 liggen, oftewel tussen 84 en 116.
Welke meetinstrumenten moet ik inzetten?
Voor musculoskeletale klachten meet je pijn met de NPRS en activiteiten met de PSK bij aanvang, om de zes weken en bij afsluiting, aangevuld met aandoeningsspecifieke instrumenten zoals de SBST (lage rug), QuickDASH (bovenste extremiteit) en NDI (nek). Bij COPD hoort de 6-minuten wandeltest op een 10-meterparcours met de CCQ of CAT. Voor patiëntervaringen is de PREM Paramedische zorg verplicht.
Alle disciplines