Kennisbank

Overstappen van EPD zonder dataverlies

Bij een overstap naar een nieuw EPD moet je hele medische historie mee: dossiers, journaal, correspondentie en declaratiehistorie. De WGBO verplicht je die minimaal 20 jaar te bewaren. Dit artikel legt uit welke data mee moet, hoe conversie werkt, welk stappenplan en welke doorlooptijd realistisch zijn, en hoe je na migratie de volledigheid controleert.

Data en portabiliteit6 min leestijd18 juli 2026

Een overstap naar een nieuw EPD of HIS is geen kwestie van alleen de actieve patiënten overzetten. Als je uitsluitend de lopende dossiers migreert, loop je een onaanvaardbaar risico op dataverlies en schending van de bewaarplicht. Je bent als zorgaanbieder wettelijk verwerkingsverantwoordelijke en draagt de bewijslast voor de juistheid en volledigheid van de gemigreerde gegevens. Dit artikel beschrijft welke data mee moet, hoe de conversie verloopt en hoe je aantoonbaar zonder verlies overstapt.

Welke data mee moet

De totale dataset is meer dan de patiëntenkaarten. Onderschat vooral de historische en administratieve gegevens niet. Neem in elk geval mee:

  • Patiënt- en gebruikersprofielen: demografische data, BSN, ION-status en historische mutaties van alle actieve én inactieve stamkaarten. Foute overname leidt tot verkeerde koppeling van medische gegevens aan de verkeerde patiënt.
  • Klinisch journaal (decursus): SOEP-journaalregels, episodekoppelingen en ICPC-gecodeerde probleemlijsten. De hiërarchische en chronologische relatie tussen journaalregels en episodes moet behouden blijven, anders valt de episodegerichte dossiervoering uiteen.
  • Medische risicoprofielen: actuele medicatielijsten, contra-indicaties, allergieën en intoleranties, foutloos gesynchroniseerd met de G-Standaard. Verlies hiervan geeft levensgevaarlijke voorschrijffouten.
  • Externe documenten en correspondentie: specialistenbrieven, labverslagen, ontslagbrieven en jeugdberichten, met behoud van de koppeling tussen het bestand en de consultdatum of het zorgtraject. Losse bestanden worden 'orphan documents' die onvindbaar raken.
  • Declaratie- en tariefhistorie: DBC-trajecten, zorgvraagtyperingen (ZPM), NZa-prestatiecodes en retourberichten, inclusief openstaande posten. Dit is nodig voor de fiscale bewaarplicht en om te kunnen crediteren of herdeclareren.

De bewaarplicht bepaalt wat je niet mag verliezen

De plicht tot het voeren van een medisch dossier staat in de WGBO, artikel 7:454 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. De algemene bewaartermijn bedraagt minimaal 20 jaar, gerekend vanaf de laatste wijziging of toevoeging aan het dossier. Die termijn is dus dynamisch: elke nieuwe registratie verlengt hem. Er zijn uitzonderingen die een langere bewaring vereisen: bij chronische of erfelijke aandoeningen op grond van goed hulpverlenerschap, bij een lopende tuchtrechtelijke of civiele procedure, en bij minderjarigen, waar de termijn in de praktijk doorloopt tot het 39e levensjaar. Voor dossiers onder de Wmo geldt in beginsel een kortere termijn van 15 jaar.

Deze termijnen betekenen dat je ook dossiers van uitgeschreven en overleden patiënten moet meenemen of veilig moet blijven bewaren. Weigert een patiënt de overdracht van het dossier bij een praktijkoverdracht, dan blijft de bewaarplicht voor die historische gegevens bij de oorspronkelijke praktijkhouder rusten. Ook voor die niet-overgedragen dossiers moet je AVG-conforme bewaring garanderen gedurende de resterende looptijd.

Exportformaten en conversie

De feitelijke overdracht van gegevens heet in contractuele zin conversie. In de huisartsenzorg verloopt de digitale overdracht via het gestructureerde dossieroverdrachtbericht, gebaseerd op XML- of JSON-datastructuren, waarmee gecodeerde gegevens zoals ICPC-episodes en medicatievoorschriften worden uitgewisseld. De NHG-Leidraad Dossieroverdracht schrijft voor dat er daarnaast altijd een menselijk leesbare PDF-kopie van het volledige dossier wordt meegezonden. Die PDF is het 'golden record': bij interpretatieverschillen of database-incompatibiliteit kan de arts terugvallen op de ongewijzigde, leesbare weergave.

Bij grootschalige praktijkmigraties leveren fabrikanten een database-export in een SQL-formaat of via een legacy-formaat zoals het Medoc-formaat. De conversie is complex door verschillen in datamodellen tussen pakketten. Elke conversie draagt een inherent risico op microscopisch dataverlies of datacorruptie, vooral bij vrije tekstvelden en gecodeerde parameters die in het doelsysteem een andere validatieregel kennen. Zulke fouten komen vaak pas maanden na de livegang aan het licht, wanneer een historisch dossier wordt heropend. Houd er verder rekening mee dat ongestructureerde documenten (oude Word- of PDF-bestanden) niet altijd automatisch te importeren zijn; een deel moet je handmatig koppelen.

Stappenplan en realistische doorlooptijd

De doorlooptijd hangt af van je omvang. Voor een kleine praktijk (0 tot 15 gebruikers) is dat circa 2 maanden, voor een middelgrote praktijk (15 tot 100 gebruikers) circa 3 maanden, en voor een grote instelling (100 tot 300 gebruikers) 4 tot 5 maanden. Een projectmatige aanpak in zeven fasen voorkomt verrassingen:

  • Intake en planning: stel een interne projectleider met mandaat aan en breng de te migreren data en alle externe koppelingen in kaart.
  • Inrichting: configureer rollen, sjablonen en autorisaties conform NEN 7510 en de AVG.
  • Testconversie: de oude leverancier levert een database-export, de nieuwe converteert die in een afgeschermde testomgeving om conversiefouten te vinden.
  • Koppelingen: richt de koppelingen met LSP, Vecozo, ZorgDomein en PGO's via MedMij in en verifieer het berichtenverkeer.
  • Opleiding: train de eindgebruikers, bij voorkeur vlak voor de go-live om kennisverlies te beperken.
  • Testfase en acceptatie: doorloop een formeel acceptatietestprotocol, inclusief declaratietests en steekproefsgewijze controle van dossiers.
  • Go-live en nazorg: bevries het oude EPD (read-only), voer de definitieve delta-migratie uit en bied intensieve ondersteuning in de eerste werkdagen.

Parallel draaien of read-only bevriezen

Langdurig twee systemen parallel gebruiken introduceert forse risico's. Dubbele registratie vergroot de kans op fouten en kan klinisch gevaarlijke split-dossiers veroorzaken, waarbij informatie verspreid raakt over twee systemen. Daarbij betaal je dubbele licentie- en hostingkosten. Beter is een read-only freeze: zet het oude EPD bij de go-live direct op alleen-lezen en gebruik een gerichte delta-migratie voor de laatste mutaties, zodat de periode van dubbele voering zo kort mogelijk blijft.

Ook de timing telt. Veel praktijken denken dat 1 januari het logische moment is, maar juist rond de jaarwisseling wijzigen polisvoorwaarden, treden nieuwe declaratieregels en bekostigingsmodellen in werking en is de bezetting minimaal. Plan de overstap liever in een operationeel rustige periode in het voor- of najaar, wanneer je team tijd heeft voor controle en training.

Verificatie van volledigheid na migratie

Zeg het oude systeem pas op nadat je een formeel verificatieprotocol hebt doorlopen. Vertrouw niet blind op de opleveringsverklaring van de nieuwe leverancier; de bewijslast ligt bij jou. Controleer minimaal:

  • Kwantitatieve reconciliatie: vergelijk met geautomatiseerde tellingen de recordaantallen van patiënt-ID's, actieve episodes, journaalregels en documenten tussen bron en doel. De norm is 100 procent overeenstemming, een afwijking van 0 records.
  • Referentiële integriteit: voer een orphan-check uit zodat elke PDF-bijlage aan een bestaande patiënt en consultdatum gekoppeld is.
  • Chronologische consistentie: controleer steekproefsgewijs dossiers met intensieve historie op datumverschuivingen door tijdzone- of formaatverschillen.
  • Financiële aansluiting: trek een sluitende proefbalans van openstaande debiteuren in oud en nieuw systeem, tot op de cent aansluitend.
  • Klinische risicoparameters: laat medisch personeel via een cross-audit een gerichte steekproef van complexe dossiers handmatig vergelijken op actieve medicatie, contra-indicaties en allergieën.

Veelgemaakte fouten

De faalfactoren bij EPD-migraties zijn herkenbaar en te vermijden. Onderschatting van de datakwaliteit is de meest voorkomende: veel praktijken gaan ervan uit dat hun database clean is, terwijl velden inconsequent zijn ingevuld en dossiers incompleet zijn. Zonder opschoning vooraf leidt dat tot datacorruptie. Andere veelgemaakte fouten: subgroepen die tijdens de datamapping worden overgeslagen (aanmeldingen, inzorg, recent uitgeschreven patiënten), documenten die niet correct aan een zorgtraject gekoppeld worden, datumverschuivingen door formaatverschillen, en dubbele cliëntkaarten door gebrek aan unieke checks. Sla ook de declaratietests niet over: een technisch werkend EPD declareert niet automatisch correct, en zonder proefdeclaraties volgen in de eerste weken vaak massale afkeuringen met acute cashflowproblemen. Zorg ten slotte voor intern draagvlak en één dedicated projectverantwoordelijke.

Wat je van je leveranciers eist

Dek de risico's contractueel af bij zowel de oude als de nieuwe leverancier. De LHV ICT-Inkoopvoorwaarden bieden hiervoor een fundament. Van de oude leverancier eis je een volledige en onvoorwaardelijke data-extractie in een gangbaar, open formaat, inclusief bijlagen, financiële posten en logbestanden. Verder moet die de historische gegevens gedurende de wettelijke bewaartermijn beschikbaar houden, bijvoorbeeld via een read-only archieflicentie, en de gegevens pas vernietigen nadat jij schriftelijk hebt bevestigd dat de migratie is geslaagd. Let op de opzegtermijnen: voor jou maximaal drie maanden, voor de leverancier minimaal twaalf maanden.

Van de nieuwe leverancier eis je een resultaatverplichting op de conversie, met volledigheid en integriteit als harde acceptatiecriteria. De software en hosting moeten aantoonbaar voldoen aan NEN 7510 en de AVG, en de logging aan NEN 7513. Vraag om een SLA met gegarandeerde beschikbaarheid en duidelijke hersteltijden, en leg vast dat remote support alleen na jouw expliciete toestemming plaatsvindt.

Verder lezen

Veelgestelde vragen

Hoe lang moet ik oude dossiers na een overstap bewaren?
De WGBO verplicht een bewaartermijn van minimaal 20 jaar, gerekend vanaf de laatste wijziging of toevoeging aan het dossier. Bij chronische of erfelijke aandoeningen, een lopende juridische procedure of minderjarige patiënten kan dat langer zijn; bij minderjarigen loopt de termijn in de praktijk door tot het 39e levensjaar. Voor Wmo-dossiers geldt in beginsel 15 jaar. Je moet die historie dus meenemen of veilig blijven bewaren, ook van uitgeschreven patiënten.
Moet ik het oude en nieuwe EPD een tijd naast elkaar draaien?
Liever niet langdurig. Dubbele registratie vergroot de kans op fouten en kan klinisch gevaarlijke split-dossiers veroorzaken, en je betaalt dubbele licentie- en hostingkosten. Beter is een read-only freeze: zet het oude EPD bij de go-live direct op alleen-lezen en gebruik een gerichte delta-migratie voor de laatste mutaties, zodat de overlap zo kort mogelijk blijft.
Hoe controleer ik of de migratie echt volledig is?
Doorloop een formeel verificatieprotocol voordat je het oude systeem opzegt. Vergelijk met geautomatiseerde tellingen de recordaantallen van patiënten, episodes, journaalregels en documenten (norm: 0 afwijking), voer een orphan-check uit op gekoppelde bijlagen, controleer steekproeven op datumverschuivingen, trek een sluitende financiële proefbalans en laat medisch personeel complexe dossiers handmatig nalopen op medicatie, contra-indicaties en allergieën.
Wat is het beste moment om over te stappen?
Niet 1 januari. Rond de jaarwisseling wijzigen polisvoorwaarden, treden nieuwe declaratieregels en bekostigingsmodellen in werking en is de bezetting minimaal, wat de kans op storingen in de declaratiekoppelingen vergroot. Plan de overstap in een operationeel rustige periode in het voor- of najaar, wanneer je team tijd en capaciteit heeft voor controle en training.
Alle artikelen
Overstappen van EPD zonder dataverlies · Maira®