Disciplines
Maira ondersteunt de volledige GGZ-workflow: van een geldige verwijzing en zorgvraagtypering met HoNOS+ tot declareren onder het zorgprestatiemodel, ROM en een dossier dat twintig jaar bewaard blijft. Dit overzicht loopt de eisen per fase langs en laat zien waar je bij je EPD-keuze op let.
De eerstelijns GGZ draait om meer dan behandelen alleen. Elke cliënt brengt een keten aan verplichtingen mee: een geldige verwijzing, een zorgvraagtype, registratie onder het zorgprestatiemodel en een dossier met een bewaarplicht van twintig jaar. Dit overzicht loopt die workflow langs, van verwijzing tot afsluiting, zodat je weet welke eis op welk moment geldt en wat dat betekent voor de software waarmee je werkt.
Het traject begint bij de verwijzing. De verwijsbrief moet voldoen aan de NHG-richtlijn ‘Informatie-uitwisseling huisarts-GGZ’, en de verwijzer moet expliciet aangeven of hij verwijst naar de Generalistische Basis-GGZ of de Gespecialiseerde GGZ. Een verwijzing is 9 maanden (275 dagen) geldig, gerekend vanaf de datum waarop de aanmelding bij de GGZ-aanbieder binnenkomt. Dat de ingangsdatum de aanmelddatum is en niet het eerste contact, voorkomt dat je bij lange wachttijden een nieuwe verwijzing moet opvragen.
Meldt een cliënt zich binnen een jaar na afsluiting van een eerder traject opnieuw aan, dan is geen nieuwe verwijsbrief nodig, mits je de huisarts binnen 60 dagen informeert. Na 365 dagen is een nieuwe verwijzing wel noodzakelijk. In de diagnostische fase vult de regiebehandelaar de HoNOS+-vragenlijst in en bepaalt op basis daarvan het zorgvraagtype; daarna start de behandeling. Je informeert de huisarts (met toestemming van de cliënt) als de cliënt in zorg komt, periodiek tijdens het traject en bij afsluiting. Het dossier legt de einddatum van het traject en de DSM-diagnosecode vast.
Onder het zorgprestatiemodel (ZPM) declareer je in de vorm van consulten voor diagnostiek of behandeling. Het zorgvraagtype is een verplicht onderdeel op de factuur bij alle behandelconsulten; alleen bij diagnostiekconsulten is vermelding optioneel. De rol van de regiebehandelaar is binnen het Landelijk Kwaliteitsstatuut 4.0 gekoppeld aan de specifieke settings van het ZPM, en het model stelt strikte eisen aan de registratie van behandelminuten en zorgactiviteiten.
Een no-show mag je niet als prestatie bij de zorgverzekeraar declareren, omdat er geen zorg is geleverd. Je mag wel eigen beleid voeren waarbij de cliënt die zonder tijdige afmelding niet verschijnt een vast bedrag betaalt, mits je dit vooraf hebt gecommuniceerd.
De HoNOS+-vragenlijst is de basis voor de zorgvraagtypering: de standaard HoNOS-vragen, aangevuld met enkele items. Je scoort elke vraag op een schaal van 0 (geen probleem) tot 4 (ernstig tot zeer ernstig probleem). Er zijn twee routes: de volledige route, waarbij je alle vragen doorloopt, en de dynamische route, waarbij het EPD op basis van je antwoorden de relevante vervolgvragen selecteert.
De scores leiden naar een zorgvraagtype binnen drie hoofdgroepen: X (niet-psychotisch), Y (psychotisch) en Z (neurocognitief). Samen beslaan die 20 inhoudelijke zorgvraagtypen; de nummering loopt tot 21, met nummer 9 als leeg reservetype. De registratie is noodzakelijk voor de facturatie. De data uit 2022 en 2023 dienden voor validatie van het systeem, waarna zorgvraagtypering vanaf 2024 een structureel onderdeel is van de bekostiging en van de gesprekken over gepaste en doelmatige zorg.
Voor Routine Outcome Monitoring (ROM) zijn een paar instrumenten gangbaar. De SQ-48 (Symptom Questionnaire) is een zelfrapportagevragenlijst in het publiek domein die het algemeen psychisch functioneren meet via 7 psychopathologieschalen en 2 functioneringsschalen (Werk en Vitaliteit); afname duurt ongeveer 6 minuten. Daarnaast worden de generieke OQ-45 (Outcome Questionnaire) en BSI (Brief Symptom Inventory) breed gebruikt.
De keuze van instrument hangt af van je behandeldoel. Onderzoek bij patiënten met een angststoornis liet zien dat de BSI en diagnosespecifieke instrumenten sterkere verbeteringen registreerden dan de OQ-45. Wil je specifieke symptoomreductie nauwkeurig in kaart brengen, dan zijn de BSI of diagnosespecifieke maten te prefereren.
Vanaf 1 januari 2026 is een goedgekeurd kwaliteitsstatuut volgens format versie 4.0 een harde voorwaarde voor contractering en declaratie; de geldigheid van versie 3.0 vervalt op die datum. Het format is beschikbaar sinds 2 juni 2025 en moet uiterlijk 15 december 2025 goedgekeurd en geregistreerd zijn. Voor vrijgevestigden geldt Sectie II, voor instellingen Sectie III. Het LKS 4.0 beschrijft de indicerende en coördinerende rol van de regiebehandelaar, met voorwaarden die per setting kunnen verschillen.
Voor het dossier geldt onder de WGBO een bewaarplicht van 20 jaar, gerekend vanaf de laatste behandeling. Voor gegevens van minderjarigen loopt die door tot 12 jaar na het bereiken van de meerderjarigheid. Het dossier bevat onder meer persoonsgegevens, medische voorgeschiedenis, behandelplannen met doelen en evaluaties, voortgangsnotities, ROM-uitkomsten en correspondentie. Cliënten hebben een wettelijk recht op inzage in hun eigen dossier.
Al deze eisen komen samen in je EPD. Een systeem voor de GGZ moet minstens het volgende ondersteunen:
Maira is gebouwd op een FHIR-fundament: je dossier is opgebouwd in de open FHIR-standaard en in datzelfde formaat exporteerbaar, zodat je niet vastzit aan één leverancier. Het platform is gecertificeerd voor ISO 27001 en NEN 7510, met logging van toegang tot patiëntgegevens volgens NEN 7513, en wordt binnen de EU gehost. De prijzen en voorwaarden staan publiek op de site, en je kunt tot 12 maanden kosteloos parallel draaien naast je lopende EPD-contract, zodat je zonder dubbele kosten kunt overstappen. Maira is een product van Mapas Concepts B.V. uit Hoorn, onafhankelijk en zonder private equity.