Kennisbank

PGO's en MedMij: wat je praktijk ermee moet

Patiënten hebben recht op hun gegevens in een persoonlijke gezondheidsomgeving, en MedMij is het afsprakenstelsel dat dat mogelijk maakt. Wat een DVA doet, wat je praktijk zelf moet regelen, welke verplichtingen wanneer ingaan via de Wegiz en de EHDS, wat het kost en hoe druk het PGO-verkeer werkelijk is.

Data en portabiliteit8 min leestijd27 juli 2026

Een patiënt vraagt of je gegevens in zijn app komen. Je EPD-leverancier heeft het over een DVA. Ergens ligt een brief over de Wegiz, en in Brussel loopt de EHDS-klok. Deze onderwerpen horen bij elkaar: ze gaan allemaal over dezelfde beweging, namelijk dat gezondheidsgegevens naar de patiënt toe moeten kunnen stromen in plaats van vast te zitten in het systeem van de zorgaanbieder. Dit artikel legt uit wat een PGO en MedMij zijn, wat je praktijk zelf moet regelen, wat wanneer verplicht wordt en wat er in de praktijk van terechtkomt.

PGO en MedMij in gewone taal

Een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) is een app of website waarin iemand zijn eigen gezondheidsgegevens verzamelt, uit meerdere praktijken en ziekenhuizen tegelijk. Niet jouw portaal, maar zijn omgeving: de patiënt kiest de leverancier, haalt de gegevens op met DigiD en bepaalt zelf met wie hij ze deelt.

MedMij is geen app en geen partij die gegevens doorgeeft. Het is een afsprakenstelsel: een set regels over beveiliging, identificatie en dataformaten waaraan alle deelnemers zich houden. Een PGO dat aan die regels voldoet, krijgt het MedMij-label. Er zijn op dit moment veertien PGO's met dat label. Het verkeer loopt rechtstreeks tussen het systeem van de zorgaanbieder en het PGO van de patiënt; MedMij zelf ziet die gegevens niet.

Wat er precies uitgewisseld kan worden, ligt vast in gegevensdiensten per sector. Ziekenhuizen ontsluiten de Basisgegevensset Zorg (BgZ), documenten en meetwaarden. Huisartsen ontsluiten huisartsgegevens, afspraken, meetwaarden en overgevoeligheden. De GGZ heeft de Basisgegevens GGZ (BgGGZ), medicatiegegevens, vragenlijsten en beelden. Mondzorg, geboortezorg en de langdurige zorg zijn in ontwikkeling of net begonnen. Onder de motorkap zijn dit zorginformatiebouwstenen (zibs) die via FHIR-berichten over de lijn gaan, hetzelfde fundament dat we beschrijven in FHIR uitgelegd voor praktijkhouders.

Zit jouw sector er nog niet bij, dan is de vraag vooral wanneer. Op de MedMij-roadmap staan voor medio 2026 paramedische gegevens en pathologieverslagen, plus proeven met medicatie- en arbogegevens, en voor 2027 meer gegevens uit de GGZ en de eerste gegevens uit de mondzorg. Die worden granulair uitgewisseld, dus in kleine losse onderdelen in plaats van één groot document, wat het voor een PGO makkelijker maakt om gericht te tonen wat relevant is.

De DVA: de stekker tussen jouw systeem en het PGO

Je praktijk praat niet zelf met vijftien PGO's. Dat doet een dienstverlener aanbieder, de DVA. Dat is de partij die jouw dossiergegevens conform de MedMij-afspraken beschikbaar stelt, en die rol kan door drie soorten partijen worden ingevuld: je eigen EPD- of XIS-leverancier, een integrator of broker, of in theorie de zorginstelling zelf. Aan de patiëntkant staat de spiegelrol, de dienstverlener zorggebruiker, die het PGO aansluit.

Voor een kleine praktijk komt het er in de regel op neer dat je EPD-leverancier de DVA-rol vervult of daarvoor samenwerkt met een andere partij. Let bij die keuze op de kwalificaties: dat zijn de gegevensdiensten die een DVA volgens MedMij daadwerkelijk mag uitwisselen. Een leverancier kan MedMij-deelnemer zijn en toch net niet de gegevensdienst gekwalificeerd hebben die jouw sector nodig heeft. Vraag dus niet of ze aangesloten zijn, maar welke kwalificaties er nu zijn en wat er op de planning staat. De MedMij-toolkit voor zorgaanbieders noemt daarnaast expliciet de afhankelijkheid die je hiermee aangaat: een integrator kan een alternatief zijn als het gesprek met je eigen leverancier vastloopt, en dat is een bekende route om een lock-in te doorbreken. Meer daarover in Vendor lock-in in je EPD-contract.

Wat je praktijk zelf moet regelen

Ook als je leverancier het technische werk doet, blijft er een lijst over die alleen jij kunt afvinken. Die lijst komt uit de MedMij-toolkit en uit de handleiding die de LHV voor huisartsenpraktijken schreef; voor andere kleine zorgaanbieders is de route in de kern gelijk.

  1. Inschrijving in het UZI-register met een URA-nummer. De naam van je praktijk in dat register moet overeenkomen met de naam bij de Kamer van Koophandel. Praktijken die op het LSP zijn aangesloten, hebben dit al geregeld.
  2. Een servercertificaat, UZI of PKIoverheid, waarmee je praktijk zich digitaal identificeert. Reken op een doorlooptijd van vijf à zes weken voor registratie en certificaat samen. Dit is het onderdeel dat planningen het vaakst laat uitlopen.
  3. Een contract met je DVA-leverancier, of een bepaling in het bestaande contract dat de leverancier de MedMij-aansluiting regelt. Controleer op medmij.nl of die leverancier ook echt als deelnemer geregistreerd staat.
  4. Een verwerkersovereenkomst die aan de MedMij-eisen voldoet. Een bestaande overeenkomst kan meestal met een addendum worden aangevuld; MedMij heeft er een model voor. Wat er sowieso in hoort, staat in De verwerkersovereenkomst: wat erin moet.
  5. Je naam op de Zorgaanbiederslijst (ZAL). Onder die naam zoeken patiënten je op in hun PGO. Je leverancier doet een voorstel; wijk daar alleen van af als de naam feitelijk onjuist is of als je patiënten je er niet aan herkennen.
  6. Identiteitsverificatie en een aanspreekpunt. Je blijft verantwoordelijk voor het verstrekken van het dossier aan de juiste persoon, conform de Wabvpz. Richt daarnaast een contactpunt in voor patiënten met vragen over de gegevens die ze in hun PGO zien, en spreek met je leverancier een procedure af voor incidenten in de uitwisseling.

Die laatste twee punten worden onderschat. Een patiënt die in zijn PGO een meetwaarde uit 2019 ziet staan of een medicijn dat hij niet meer gebruikt, belt jouw praktijk en niet de PGO-leverancier. Dossierkwaliteit wordt zichtbaar zodra gegevens het systeem verlaten, en dat is meestal het moment waarop blijkt hoe consequent er is geregistreerd.

Wat is verplicht, en wanneer

Aansluiten op MedMij is voor de meeste zorgaanbieders nog geen algemene wettelijke plicht, maar de uitzonderingen groeien. Voor huisartsenpraktijken geldt sinds 1 juli 2024 de Wegiz-verplichting om medicatievoorschriften te ontsluiten naar een PGO met MedMij-label. De rest van de prioritaire uitwisselingen is in de Kamerbrief van 18 mei 2026 opnieuw ingepland.

  • Q1 2028: de verpleegkundige overdracht wordt verplicht digitaal.
  • Q1 2029: BgZ, acute zorg en medicatieoverdracht treden gelijktijdig in werking, bewust gekoppeld aan de Europese verplichtingen.
  • Q1 2029: ook de beeldbeschikbaarheid, twee jaar voor de Europese deadline voor medische beelden.
  • Maart 2029: onder de EHDS worden de patiëntensamenvatting, het e-recept en verstrekkingen verplicht uitwisselbaar, ook grensoverschrijdend.

De juridische verbouwing eromheen loopt via de GIS-wet, de Nederlandse implementatie van de EHDS. Die regelt de eerste fase vanaf 26 maart 2027: de aanwijzing van toezichthouders en het toezichtskader, met één nieuwe Gezondheidsdata Autoriteit voor zowel primair als secundair gebruik. Voor EPD-leveranciers verandert er ook iets in het voordeel: de oorspronkelijke Wegiz-eis van certificering door een derde partij wordt vervangen door zelf-assessment in een Europese testomgeving, omdat nationale eisen niet strenger mogen zijn dan de verordening. Wat de EHDS verder voor je praktijk betekent, staat in EHDS: wat de European Health Data Space betekent voor je praktijk.

De kern van die tijdlijn: wat nu vrijwillig is, is over drie jaar de norm. En omdat de EHDS uitgaat van een werkend nationaal informatiestelsel, is de Nederlandse infrastructuur waar MedMij deel van uitmaakt precies de schakel die op tijd af moet zijn.

Hoe druk is het echt op het MedMij-netwerk

Eerlijk cijfermateriaal helpt bij het inschatten van je eigen urgentie. In 2025 haalden 383.000 mensen 1,7 miljoen keer gegevens op via het MedMij-netwerk, verspreid over ongeveer 4.500 actief uitwisselende zorgaanbieders en veertien gelabelde PGO's. Aan de aanbodkant is de dekking inmiddels behoorlijk: volgens de beantwoording van Kamervragen over de PGO-uitgaven is 92 procent van de huisartsen aangesloten, 86 procent van de ziekenhuizen, 73 procent van de revalidatieziekenhuizen, 46 procent van de zelfstandige klinieken en 49 GGZ-instellingen. Apothekersgegevens ontbreken nog, net als een volledig medicatieoverzicht en de geboortezorg; daar wordt aan gewerkt.

Die groei staat tegenover een moeizame start. Eind 2021 haalden ongeveer elfduizend unieke mensen via MedMij hun gegevens op, terwijl toenmalig minister Bruins in 2019 nog honderdduizend gebruikers voor het jaar erop in het vooruitzicht stelde. Ondertussen keken miljoenen Nederlanders hun dossier wel in, alleen via de portalen en apps van hun eigen zorgaanbieder. Dat verschil verklaart de scepsis die je in de sector hoort: de digitale inzage is een succes, de route via MedMij liep daar jarenlang achteraan. De verhouding is nu aan het kantelen, maar wie zijn planning baseert op patiëntdruk in plaats van op de wettelijke deadlines, wacht waarschijnlijk te lang.

Wat het kost

Voor de patiënt is het ophalen van gegevens kosteloos, en dat blijft zo: het ministerie werkt aan een scheiding van data en functionaliteit, waarbij een PGO wel geld mag vragen voor extra functies maar niet voor de uitwisseling zelf. Voor de praktijk ligt het anders. Of je HIS-leverancier nu zelf een DVA bouwt of er een inkoopt, in beide gevallen komen er structurele kosten bij de praktijk terecht, en die beslissing nemen leveranciers zelfstandig. De LHV heeft er publiek bezwaar tegen gemaakt en pleit voor een landelijke oplossing met vrije DVA-keuze of één uniforme aansluiting met kostenvergoeding.

Subsidie is er nauwelijks nog. De VIPP-programma's en OPEN liepen tussen 2017 en 2023, en VWS heeft bevestigd dat voor huisartsenpraktijken die niet aan VIPP OPEN deelnamen geen middelen beschikbaar zijn voor de tijdsinvestering en kosten om aan de Wegiz-AMvB te voldoen. Ter schaal: tussen 2016 en 2024 ging er 56 miljoen euro naar het MedMij-afsprakenstelsel en circa 450 miljoen euro naar de VIPP-programma's als geheel. Als je nu aansluit, doe je dat op eigen rekening, en dan is de vraag hoeveel van die kosten al in je bestaande abonnement zitten een reëel onderhandelpunt. Zie ook Wat kost een EPD echt?.

Vijf vragen voor je leverancier

  1. Zijn jullie MedMij-deelnemer als DVA, of werken jullie daarvoor samen met een andere partij, en welke partij is dat?
  2. Welke gegevensdiensten zijn nu gekwalificeerd voor mijn sector, en welke staan gepland met welke datum?
  3. Wat kost de aansluiting eenmalig en structureel, en wat zit er al in mijn huidige abonnement?
  4. Wat moet ik zelf aanleveren, en wanneer moet dat klaar zijn met het oog op de doorlooptijd van certificaten?
  5. Hoe zijn jullie voorbereid op de verplichtingen van Q1 2028 en Q1 2029, en op de EHDS-patiëntensamenvatting?

Krijg je op vraag twee en vijf geen concreet antwoord, dan is dat op zichzelf informatief. Een leverancier die de MedMij-route serieus neemt, kent zijn kwalificatielijst en zijn planning. Wie hierop blijft hangen in algemeenheden, komt met de deadlines van 2028 en 2029 waarschijnlijk in de knel, en jij komt dan mee. Overweeg je daarom een overstap, lees dan Overstappen van EPD zonder dataverlies.

Wat je nu kunt doen

Zonder aansluiting is de eerste stap klein: check of je in het UZI-register staat met de juiste naam, en stel de vijf vragen hierboven schriftelijk aan je leverancier. Met die twee antwoorden weet je of je een traject van weken of van maanden voor de boeg hebt. Ben je al aangesloten, controleer dan hoe je praktijk op de Zorgaanbiederslijst staat en of patiënten je daar terugvinden, en laat weten in je wachtkamer en op je site dat gegevens via een PGO op te halen zijn. Aansluiting zonder vindbaarheid levert precies nul opgehaalde dossiers op.

Verder lezen

Veelgestelde vragen

Is aansluiten op MedMij verplicht voor mijn praktijk?
Nog niet in het algemeen. Voor huisartsenpraktijken geldt sinds 1 juli 2024 een Wegiz-verplichting om medicatievoorschriften te ontsluiten naar een PGO met MedMij-label. De brede verplichtingen komen daarna: de verpleegkundige overdracht in Q1 2028 en de Basisgegevensset Zorg, acute zorg en medicatieoverdracht in Q1 2029, gelijk opgaand met de EHDS-verplichtingen van maart 2029. Vrijwillig aansluiten betekent dus vooral eerder klaar zijn.
Wat is het verschil tussen een PGO en mijn eigen patiëntportaal?
Een portaal is van jou en toont alleen de gegevens uit jouw praktijk. Een PGO is van de patiënt en verzamelt gegevens uit alle zorgaanbieders die zijn aangesloten, met DigiD als inlogmiddel. Beide hebben bestaansrecht: een portaal is prettig voor communicatie met jouw praktijk, een PGO geeft de patiënt het totaalbeeld en is de route die wettelijk wordt afgedwongen.
Wat doet een DVA precies?
De dienstverlener aanbieder ontsluit de gegevens uit jouw systeem volgens de MedMij-afspraken, zodat een PGO ze veilig kan ophalen. Die rol wordt meestal vervuld door je EPD- of XIS-leverancier, soms door een integrator. Belangrijk bij de keuze zijn de kwalificaties: dat zijn de gegevensdiensten die de DVA daadwerkelijk mag uitwisselen. Deelnemer zijn is niet hetzelfde als gekwalificeerd zijn voor jouw sector.
Hoe lang duurt aansluiten?
Het technische werk ligt bij je leverancier, maar de administratieve voorbereiding bepaalt de doorlooptijd. Voor inschrijving in het UZI-register en de aanvraag van een servercertificaat staat vijf à zes weken. Daar komen het contract met de DVA, een verwerkersovereenkomst die aan de MedMij-eisen voldoet en de naamgeving op de Zorgaanbiederslijst bij. Begin dus met de certificaten en niet met de techniek.
Wat kost een MedMij-aansluiting en is er subsidie?
Voor de patiënt is het ophalen van gegevens kosteloos. Voor de praktijk komen er structurele kosten bij, die je leverancier bepaalt, ongeacht of hij zelf een DVA bouwt of er een inkoopt. Subsidie is er vrijwel niet meer: de VIPP- en OPEN-programma's zijn afgelopen en VWS heeft bevestigd dat praktijken die niet aan VIPP OPEN deelnamen geen tegemoetkoming krijgen voor het voldoen aan de Wegiz-AMvB.
Alle artikelen