Kennisbank
Patiënten hebben recht op hun gegevens in een persoonlijke gezondheidsomgeving, en MedMij is het afsprakenstelsel dat dat mogelijk maakt. Wat een DVA doet, wat je praktijk zelf moet regelen, welke verplichtingen wanneer ingaan via de Wegiz en de EHDS, wat het kost en hoe druk het PGO-verkeer werkelijk is.
Een patiënt vraagt of je gegevens in zijn app komen. Je EPD-leverancier heeft het over een DVA. Ergens ligt een brief over de Wegiz, en in Brussel loopt de EHDS-klok. Deze onderwerpen horen bij elkaar: ze gaan allemaal over dezelfde beweging, namelijk dat gezondheidsgegevens naar de patiënt toe moeten kunnen stromen in plaats van vast te zitten in het systeem van de zorgaanbieder. Dit artikel legt uit wat een PGO en MedMij zijn, wat je praktijk zelf moet regelen, wat wanneer verplicht wordt en wat er in de praktijk van terechtkomt.
Een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) is een app of website waarin iemand zijn eigen gezondheidsgegevens verzamelt, uit meerdere praktijken en ziekenhuizen tegelijk. Niet jouw portaal, maar zijn omgeving: de patiënt kiest de leverancier, haalt de gegevens op met DigiD en bepaalt zelf met wie hij ze deelt.
MedMij is geen app en geen partij die gegevens doorgeeft. Het is een afsprakenstelsel: een set regels over beveiliging, identificatie en dataformaten waaraan alle deelnemers zich houden. Een PGO dat aan die regels voldoet, krijgt het MedMij-label. Er zijn op dit moment veertien PGO's met dat label. Het verkeer loopt rechtstreeks tussen het systeem van de zorgaanbieder en het PGO van de patiënt; MedMij zelf ziet die gegevens niet.
Wat er precies uitgewisseld kan worden, ligt vast in gegevensdiensten per sector. Ziekenhuizen ontsluiten de Basisgegevensset Zorg (BgZ), documenten en meetwaarden. Huisartsen ontsluiten huisartsgegevens, afspraken, meetwaarden en overgevoeligheden. De GGZ heeft de Basisgegevens GGZ (BgGGZ), medicatiegegevens, vragenlijsten en beelden. Mondzorg, geboortezorg en de langdurige zorg zijn in ontwikkeling of net begonnen. Onder de motorkap zijn dit zorginformatiebouwstenen (zibs) die via FHIR-berichten over de lijn gaan, hetzelfde fundament dat we beschrijven in FHIR uitgelegd voor praktijkhouders.
Zit jouw sector er nog niet bij, dan is de vraag vooral wanneer. Op de MedMij-roadmap staan voor medio 2026 paramedische gegevens en pathologieverslagen, plus proeven met medicatie- en arbogegevens, en voor 2027 meer gegevens uit de GGZ en de eerste gegevens uit de mondzorg. Die worden granulair uitgewisseld, dus in kleine losse onderdelen in plaats van één groot document, wat het voor een PGO makkelijker maakt om gericht te tonen wat relevant is.
Je praktijk praat niet zelf met vijftien PGO's. Dat doet een dienstverlener aanbieder, de DVA. Dat is de partij die jouw dossiergegevens conform de MedMij-afspraken beschikbaar stelt, en die rol kan door drie soorten partijen worden ingevuld: je eigen EPD- of XIS-leverancier, een integrator of broker, of in theorie de zorginstelling zelf. Aan de patiëntkant staat de spiegelrol, de dienstverlener zorggebruiker, die het PGO aansluit.
Voor een kleine praktijk komt het er in de regel op neer dat je EPD-leverancier de DVA-rol vervult of daarvoor samenwerkt met een andere partij. Let bij die keuze op de kwalificaties: dat zijn de gegevensdiensten die een DVA volgens MedMij daadwerkelijk mag uitwisselen. Een leverancier kan MedMij-deelnemer zijn en toch net niet de gegevensdienst gekwalificeerd hebben die jouw sector nodig heeft. Vraag dus niet of ze aangesloten zijn, maar welke kwalificaties er nu zijn en wat er op de planning staat. De MedMij-toolkit voor zorgaanbieders noemt daarnaast expliciet de afhankelijkheid die je hiermee aangaat: een integrator kan een alternatief zijn als het gesprek met je eigen leverancier vastloopt, en dat is een bekende route om een lock-in te doorbreken. Meer daarover in Vendor lock-in in je EPD-contract.
Ook als je leverancier het technische werk doet, blijft er een lijst over die alleen jij kunt afvinken. Die lijst komt uit de MedMij-toolkit en uit de handleiding die de LHV voor huisartsenpraktijken schreef; voor andere kleine zorgaanbieders is de route in de kern gelijk.
Die laatste twee punten worden onderschat. Een patiënt die in zijn PGO een meetwaarde uit 2019 ziet staan of een medicijn dat hij niet meer gebruikt, belt jouw praktijk en niet de PGO-leverancier. Dossierkwaliteit wordt zichtbaar zodra gegevens het systeem verlaten, en dat is meestal het moment waarop blijkt hoe consequent er is geregistreerd.
Aansluiten op MedMij is voor de meeste zorgaanbieders nog geen algemene wettelijke plicht, maar de uitzonderingen groeien. Voor huisartsenpraktijken geldt sinds 1 juli 2024 de Wegiz-verplichting om medicatievoorschriften te ontsluiten naar een PGO met MedMij-label. De rest van de prioritaire uitwisselingen is in de Kamerbrief van 18 mei 2026 opnieuw ingepland.
De juridische verbouwing eromheen loopt via de GIS-wet, de Nederlandse implementatie van de EHDS. Die regelt de eerste fase vanaf 26 maart 2027: de aanwijzing van toezichthouders en het toezichtskader, met één nieuwe Gezondheidsdata Autoriteit voor zowel primair als secundair gebruik. Voor EPD-leveranciers verandert er ook iets in het voordeel: de oorspronkelijke Wegiz-eis van certificering door een derde partij wordt vervangen door zelf-assessment in een Europese testomgeving, omdat nationale eisen niet strenger mogen zijn dan de verordening. Wat de EHDS verder voor je praktijk betekent, staat in EHDS: wat de European Health Data Space betekent voor je praktijk.
De kern van die tijdlijn: wat nu vrijwillig is, is over drie jaar de norm. En omdat de EHDS uitgaat van een werkend nationaal informatiestelsel, is de Nederlandse infrastructuur waar MedMij deel van uitmaakt precies de schakel die op tijd af moet zijn.
Eerlijk cijfermateriaal helpt bij het inschatten van je eigen urgentie. In 2025 haalden 383.000 mensen 1,7 miljoen keer gegevens op via het MedMij-netwerk, verspreid over ongeveer 4.500 actief uitwisselende zorgaanbieders en veertien gelabelde PGO's. Aan de aanbodkant is de dekking inmiddels behoorlijk: volgens de beantwoording van Kamervragen over de PGO-uitgaven is 92 procent van de huisartsen aangesloten, 86 procent van de ziekenhuizen, 73 procent van de revalidatieziekenhuizen, 46 procent van de zelfstandige klinieken en 49 GGZ-instellingen. Apothekersgegevens ontbreken nog, net als een volledig medicatieoverzicht en de geboortezorg; daar wordt aan gewerkt.
Die groei staat tegenover een moeizame start. Eind 2021 haalden ongeveer elfduizend unieke mensen via MedMij hun gegevens op, terwijl toenmalig minister Bruins in 2019 nog honderdduizend gebruikers voor het jaar erop in het vooruitzicht stelde. Ondertussen keken miljoenen Nederlanders hun dossier wel in, alleen via de portalen en apps van hun eigen zorgaanbieder. Dat verschil verklaart de scepsis die je in de sector hoort: de digitale inzage is een succes, de route via MedMij liep daar jarenlang achteraan. De verhouding is nu aan het kantelen, maar wie zijn planning baseert op patiëntdruk in plaats van op de wettelijke deadlines, wacht waarschijnlijk te lang.
Voor de patiënt is het ophalen van gegevens kosteloos, en dat blijft zo: het ministerie werkt aan een scheiding van data en functionaliteit, waarbij een PGO wel geld mag vragen voor extra functies maar niet voor de uitwisseling zelf. Voor de praktijk ligt het anders. Of je HIS-leverancier nu zelf een DVA bouwt of er een inkoopt, in beide gevallen komen er structurele kosten bij de praktijk terecht, en die beslissing nemen leveranciers zelfstandig. De LHV heeft er publiek bezwaar tegen gemaakt en pleit voor een landelijke oplossing met vrije DVA-keuze of één uniforme aansluiting met kostenvergoeding.
Subsidie is er nauwelijks nog. De VIPP-programma's en OPEN liepen tussen 2017 en 2023, en VWS heeft bevestigd dat voor huisartsenpraktijken die niet aan VIPP OPEN deelnamen geen middelen beschikbaar zijn voor de tijdsinvestering en kosten om aan de Wegiz-AMvB te voldoen. Ter schaal: tussen 2016 en 2024 ging er 56 miljoen euro naar het MedMij-afsprakenstelsel en circa 450 miljoen euro naar de VIPP-programma's als geheel. Als je nu aansluit, doe je dat op eigen rekening, en dan is de vraag hoeveel van die kosten al in je bestaande abonnement zitten een reëel onderhandelpunt. Zie ook Wat kost een EPD echt?.
Krijg je op vraag twee en vijf geen concreet antwoord, dan is dat op zichzelf informatief. Een leverancier die de MedMij-route serieus neemt, kent zijn kwalificatielijst en zijn planning. Wie hierop blijft hangen in algemeenheden, komt met de deadlines van 2028 en 2029 waarschijnlijk in de knel, en jij komt dan mee. Overweeg je daarom een overstap, lees dan Overstappen van EPD zonder dataverlies.
Zonder aansluiting is de eerste stap klein: check of je in het UZI-register staat met de juiste naam, en stel de vijf vragen hierboven schriftelijk aan je leverancier. Met die twee antwoorden weet je of je een traject van weken of van maanden voor de boeg hebt. Ben je al aangesloten, controleer dan hoe je praktijk op de Zorgaanbiederslijst staat en of patiënten je daar terugvinden, en laat weten in je wachtkamer en op je site dat gegevens via een PGO op te halen zijn. Aansluiting zonder vindbaarheid levert precies nul opgehaalde dossiers op.