Kennisbank
Hoe je als diëtist, fysiotherapeut of oefentherapeut ketenzorg voor DM2, COPD en CVRM declareert: bij welke partij, met welke codes en welk bestand. Plus wat je regelt als een patiënt ook reguliere zorg krijgt.
Ketenzorg declareren betekent dat je als paramedicus de zorg die je levert binnen een ketenprogramma voor diabetes type 2, COPD of CVRM in de meeste regio's niet bij de zorgverzekeraar declareert, maar bij de zorggroep die het programma organiseert, met eigen prestatiecodes en een eigen aanleverbestand.
Dat klinkt als een administratief detail. In de praktijk bepaalt het of je wordt betaald. Een sessie met de verkeerde code, bij de verkeerde partij of zonder geldige verwijzing komt terug. Hieronder lees je hoe het werkt en waar het meestal misgaat.
Ketenzorg is gecoördineerde, multidisciplinaire zorg voor een specifieke aandoening, op basis van de relevante zorgstandaard. Zo omschrijft de NZa het in haar besluit over diëtetiek binnen de ketenzorg, dat sinds 1 januari 2026 geldt.
De programma's waar je als paramedicus het vaakst mee te maken krijgt:
De huisarts heeft de regie. Een zorggroep van huisartsen organiseert de keten en sluit contracten met zorgverzekeraars en met paramedici in de regio. Voor de patiënt geldt bij ketenzorg via een zorggroep geen eigen risico.
Bij ketenzorg is de zorggroep je contractpartij, niet de zorgverzekeraar. De zorggroep declareert de ketenzorg namens alle betrokken zorgverleners bij de verzekeraar, tegen een vast tarief per keten. Jij declareert jouw deel bij de zorggroep.
Dat heeft een paar gevolgen:
Let op: er zijn regio's waar diëtisten ketenzorg rechtstreeks bij de verzekeraar declareren. Ga dus niet uit van één landelijke route. Je contract is leidend.
Bij diëtetiek declareer je ketenzorg met 63-codes en reguliere zorg met 60-codes. De omschrijving van de prestatie verschilt, ook als het tarief soms gelijk is.
Voorbeelden van 60-codes voor reguliere dieetadvisering:
Voorbeelden van 63-codes voor dieetadvisering in de keten:
De NZa noemt twee manieren waarop diëtetiek in de keten wordt bekostigd. Bij integrale bekostiging gaat het om 4xxx-codes, die de zorggroep declareert. Bij separate bekostiging worden 63xx-codes gedeclareerd, naast de prestaties voor Organisatie en Infrastructuur. Welke vorm in jouw regio geldt, staat in de afspraken tussen zorggroep en verzekeraar.
Voor fysiotherapeuten en oefentherapeuten ligt het anders. De 63-codes hierboven zijn prestaties voor diëtetiek. Wij vonden geen landelijke ketencodeset voor fysio- of oefentherapie binnen DM2, COPD of CVRM. Of en hoe je als fysiotherapeut binnen een ketenprogramma declareert, regelt je contract met de zorggroep.
Wat wel vastligt: fysio- en oefentherapie bij COPD vanaf GOLD-stadium II valt voor volwassenen vanaf de eerste behandeling onder de basisverzekering. Daarvoor declareer je bij de verzekeraar, met eigen risico voor de patiënt. Sommige zorgprogramma's COPD rekenen de fysiotherapeut wel tot het behandelteam, maar bieden zelf geen beweegprogramma aan. Lees dus goed welke zorg de zorggroep inkoopt en welke je regulier declareert.
PM304 is de Vektis-standaard voor het aanleveren van declaratiegegevens voor paramedische hulp. Het is een vast bestandsformaat dat je EPD aanmaakt. Veel zorggroepen vragen diëtisten om ketenzorg in dit formaat aan te leveren.
Hoe dat er in de praktijk uitziet, verschilt per zorggroep. Veelvoorkomende afspraken:
Voor declaraties rechtstreeks aan de zorgverzekeraar gebruik je sinds 1 januari 2025 de Generieke Declaratie Standaard voor paramedie, via VECOZO. Daarin heeft elke zorgsoort een eigen prestatiecodelijst, zoals 076 voor diëtetiek. Vraag je zorggroep welk formaat zij voor ketenzorg verwachten.
Bij ketenzorg begint alles met de verwijzing. Zonder verwijzing van huisarts of POH binnen het juiste programma kan de zorggroep je sessies niet koppelen aan een ketenpatiënt, en dan wordt er niet uitbetaald.
Waar je op let:
Na de behandeling verwacht de keten een terugkoppeling aan de POH of huisarts. Afspraken over vorm en moment staan meestal in het zorgprogramma.
Een patiënt in ketenzorg kan ook reguliere zorg bij je krijgen, bijvoorbeeld voor een andere hulpvraag dan de chronische aandoening. Dan heb je twee geldstromen naast elkaar:
Het risico zit in het mengen. Een ketenuur dat als regulier uur bij de verzekeraar terechtkomt, kost de patiënt eigen risico en telt mee voor de 3 uur. Een regulier uur dat bij de zorggroep terechtkomt, wordt afgewezen of later teruggevorderd. Houd daarom per sessie vast onder welk traject die valt, en zorg dat je administratie de twee scheidt.
Ketenzorg vraagt meer van je EPD dan reguliere declaratie. Bij het vergelijken van systemen kun je deze punten nalopen:
Maira sluit aan op ZorgDomein voor verwijzingen, op ZorgDomein Boards, en op VIPLive en HealthConnected voor patiëntlijsten. Daarnaast kiest Maira de 63-code op basis van het programma en zet bij het afsluiten van de sessie de PM304 klaar. Hoe dat per stap werkt, lees je op de pagina over ketenzorg in Maira. Kijk bij een overstap ook naar wat er met lopende ketentrajecten gebeurt, zie overstappen van EPD zonder dataverlies. En reken de tijd mee die je nu per maand aan het samenstellen van bestanden kwijt bent, zoals beschreven in wat een EPD echt kost.
Werk je met meerdere zorggroepen, dan vermenigvuldigt elk verschil in afspraken het werk. Op de pagina ketenzorg zie je hoe Maira ketenzorg en reguliere zorg gescheiden houdt en de PM304 klaarzet die je in het portaal van de zorggroep uploadt.