Kennisbank
Wanneer stuur je de huisarts een bericht, wat zet je erin, via welk kanaal en heb je toestemming nodig? Een praktische uitleg van verwijzen en terugrapporteren voor fysiotherapie, oefentherapie, ergotherapie, logopedie en diëtetiek, met de stand van de standaarden en wat het RESV regionaal kan vragen.
Gegevensuitwisseling tussen paramedici en huisartsen is het vaste, beveiligde berichtenverkeer over een patiënt rond verwijzing, behandeling en afsluiting, zodat de huisarts en jij allebei weten wie waarvoor verantwoordelijk is en wat er is gedaan.
Kort antwoord: landelijk staat dit beschreven in de Richtlijn HASP-paramedicus van december 2020. Die is opgesteld door NHG en LHV samen met KNGF, VvOCM, Ergotherapie Nederland, NVLF, NVD en de huidtherapeuten. Je stuurt de huisarts een bericht bij directe toegang en bij afsluiting, uiterlijk binnen 5 werkdagen, via een beveiligd kanaal. Toestemming is daarvoor meestal niet nodig. Het RESV kan regionaal aanvullende afspraken maken. Wat een RESV is, lees je in RESV voor je praktijk. Dit artikel gaat over de praktijk van het uitwisselen zelf.
De richtlijn onderscheidt drie manieren waarop een patiënt bij je komt.
In de praktijk loopt dit nog vaak handmatig. Een nulmeting van Nictiz uit 2020 stelde dat uitwisseling van en naar paramedici veelal ongestructureerd en op papier gaat, dat verwijzingen vaak relevante gegevens missen en dat er geen directe elektronische uitwisseling tussen huisartsen en paramedici operationeel was. De LHV schreef in 2025 dat de kosten van een verwijsdienst voor kleinere aanbieders zoals fysiotherapeuten soms een belemmering zijn om aan te sluiten, waardoor verwijzingen dan via beveiligde e-mail of op papier gaan.
De richtlijn maakt onderscheid tussen berichten die je altijd stuurt en berichten die je overweegt.
Altijd:
Overwegen:
De richtlijn merkt op dat in de praktijk het bericht bij directe toegang en de eindrapportage vaak volstaan. De termijn is voor alle berichten gelijk: zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen 5 werkdagen na het zorgmoment of na de vraag.
Elk bericht heeft dezelfde indeling: Envelop, Kern en Dossiersamenvatting. De Envelop bevat de administratieve en logistieke gegevens. De Kern bevat compact wat de huisarts nodig heeft voor de continuïteit van zorg. De Dossiersamenvatting geeft de onderbouwing.
Voor de eindrapportage noemt de richtlijn in de Kern:
In de Dossiersamenvatting horen onder meer anamnese, lichamelijk onderzoek, behandelverloop en resultaat, en eventueel functieonderzoek of intercollegiale consulten. De richtlijn vraagt je dus eerst de conclusie en de gewenste nazorg te formuleren, en pas daarna de onderbouwing. Houd het bericht kort: niet-verplichte rubrieken vul je alleen als er relevante inhoud is.
De verantwoordelijkheid is duidelijk verdeeld. Jij bent verantwoordelijk voor de paramedische diagnose en behandeling, ook bij directe toegang. De richtlijn noemt het ook ongewenst als je de huisarts om informatie moet vragen alleen voor administratieve redenen, bijvoorbeeld richting een zorgverzekeraar.
Voor afstemming met de praktijkondersteuner (POH), per telefoon, secure mail of chat geeft de richtlijn geen regels. Wel de aanbeveling om die afstemming vast te leggen in het dossier. Het berichtmodel houdt ook al rekening met uitwisseling met de medisch specialist, al is de richtlijn daarvoor in de tweede lijn niet vastgesteld. Voor wijkverpleging en apotheek vonden we geen aparte landelijke afspraken met paramedici. Dat wordt vaak regionaal of per zorgprogramma geregeld.
De KNMG noemt twee vormen van elektronische uitwisseling. Bij push stuur je gericht een bericht naar een ontvanger met een behandelrelatie, zoals een Edifact-bericht of beveiligde e-mail. Bij pull stel je gegevens beschikbaar om te raadplegen, zoals via het Landelijk Schakelpunt.
Voor terugrapportage gebruik je in de regel push:
Welk kanaal de huisarts kan ontvangen, verschilt per praktijk en regio. Het loont om dat per huisartspraktijk vast te leggen.
De KNMG beschrijft dat de zwijgplicht niet geldt tussen hulpverleners die rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van een behandelingsovereenkomst. Je mag hen informatie geven voor zover die noodzakelijk is voor hun werk. Toestemming is dan niet vereist, maar de patiënt moet wel weten dat je informatie deelt en mag bezwaar maken.
De HASP-paramedicus past dat toe op jouw situatie:
Waar ligt de grens? De bronnen die wij bekeken noemen als grondslag de uitvoering van de behandelingsovereenkomst, niet gerechtvaardigd belang. Uitdrukkelijke toestemming is wel nodig als je deelt met een partij die niet bij de behandeling betrokken is. Ook voor het beschikbaar stellen via een elektronisch uitwisselingssysteem is toestemming nodig, zelfs binnen een gezamenlijke behandeling. Deel daarnaast alleen wat de ontvanger nodig heeft.
Een RESV legt geen landelijke techniek op. Gegevensuitwisseling staat wel op de lijst met onderwerpen waarover het RESV afspraken kan maken, en ICT valt onder de ondersteunende taken. De HASP-paramedicus verwacht ook dat regio's de implementatie gezamenlijk oppakken, met afspraken over:
De LHV vindt daarnaast dat het goed werkt als regionale samenwerkingsorganisaties samen kiezen met welk verwijssysteem ze werken. Hoe dit uitpakt, verschilt per regio. Vraag het na bij je RFO of RPO.