Kennisbank

Gegevensuitwisseling tussen paramedici en huisarts: verwijzen, terugrapporteren en veilig delen

Wanneer stuur je de huisarts een bericht, wat zet je erin, via welk kanaal en heb je toestemming nodig? Een praktische uitleg van verwijzen en terugrapporteren voor fysiotherapie, oefentherapie, ergotherapie, logopedie en diëtetiek, met de stand van de standaarden en wat het RESV regionaal kan vragen.

Data en portabiliteit7 min leestijd24 oktober 2026

Gegevensuitwisseling tussen paramedici en huisartsen is het vaste, beveiligde berichtenverkeer over een patiënt rond verwijzing, behandeling en afsluiting, zodat de huisarts en jij allebei weten wie waarvoor verantwoordelijk is en wat er is gedaan.

Kort antwoord: landelijk staat dit beschreven in de Richtlijn HASP-paramedicus van december 2020. Die is opgesteld door NHG en LHV samen met KNGF, VvOCM, Ergotherapie Nederland, NVLF, NVD en de huidtherapeuten. Je stuurt de huisarts een bericht bij directe toegang en bij afsluiting, uiterlijk binnen 5 werkdagen, via een beveiligd kanaal. Toestemming is daarvoor meestal niet nodig. Het RESV kan regionaal aanvullende afspraken maken. Wat een RESV is, lees je in RESV voor je praktijk. Dit artikel gaat over de praktijk van het uitwisselen zelf.

Verwijzen: drie routes naar je praktijk

De richtlijn onderscheidt drie manieren waarop een patiënt bij je komt.

  • Verwijzing door een arts. De arts stuurt een verwijsbericht met de reden en context van de verwijzing, het ingezette beleid en een procedurevoorstel. Veel huisartsen gebruiken daarvoor de verwijsapplicatie van ZorgDomein. Volgens de LHV komt daar vanaf 2026 een alternatief naast: Vecozo-verwijzen, eerst in enkele regio's.
  • Directe toegang. Fysiotherapie is sinds 2006 direct toegankelijk. Een besluit uit 2011 regelde dat ook voor onder meer diëtisten, ergotherapeuten en logopedisten. Oefentherapie was toen al direct toegankelijk.
  • Overdracht door een collega. Neemt een collega in hetzelfde vak de behandeling en de verantwoordelijkheid over, dan krijgt die een overdrachtsbericht.

In de praktijk loopt dit nog vaak handmatig. Een nulmeting van Nictiz uit 2020 stelde dat uitwisseling van en naar paramedici veelal ongestructureerd en op papier gaat, dat verwijzingen vaak relevante gegevens missen en dat er geen directe elektronische uitwisseling tussen huisartsen en paramedici operationeel was. De LHV schreef in 2025 dat de kosten van een verwijsdienst voor kleinere aanbieders zoals fysiotherapeuten soms een belemmering zijn om aan te sluiten, waardoor verwijzingen dan via beveiligde e-mail of op papier gaan.

Terugrapportage aan de huisarts

Wanneer je een bericht stuurt

De richtlijn maakt onderscheid tussen berichten die je altijd stuurt en berichten die je overweegt.

Altijd:

  • een DT-bericht na een eerste contact via directe toegang, en als de patiënt na afronding terugkomt voor dezelfde klacht
  • een eindrapportage bij het afsluiten van de behandeling, ongeacht de reden
  • een overdrachtsbericht als een collega de verantwoordelijkheid overneemt
  • een update als antwoord op een vraag of consultatieaanvraag van de arts

Overwegen:

  • een update bij het eerste contact na een verwijzing
  • een update als je informatie nodig hebt van de huisarts
  • updates op gezette tijden bij een lange behandeling of een afwijkend beloop

De richtlijn merkt op dat in de praktijk het bericht bij directe toegang en de eindrapportage vaak volstaan. De termijn is voor alle berichten gelijk: zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen 5 werkdagen na het zorgmoment of na de vraag.

Wat erin staat

Elk bericht heeft dezelfde indeling: Envelop, Kern en Dossiersamenvatting. De Envelop bevat de administratieve en logistieke gegevens. De Kern bevat compact wat de huisarts nodig heeft voor de continuïteit van zorg. De Dossiersamenvatting geeft de onderbouwing.

Voor de eindrapportage noemt de richtlijn in de Kern:

  • Reden bericht (verplicht)
  • Conclusie (verplicht)
  • Aanbeveling voor de follow-up door de huisarts
  • Afgesproken met de patiënt
  • Verder van belang

In de Dossiersamenvatting horen onder meer anamnese, lichamelijk onderzoek, behandelverloop en resultaat, en eventueel functieonderzoek of intercollegiale consulten. De richtlijn vraagt je dus eerst de conclusie en de gewenste nazorg te formuleren, en pas daarna de onderbouwing. Houd het bericht kort: niet-verplichte rubrieken vul je alleen als er relevante inhoud is.

De verantwoordelijkheid is duidelijk verdeeld. Jij bent verantwoordelijk voor de paramedische diagnose en behandeling, ook bij directe toegang. De richtlijn noemt het ook ongewenst als je de huisarts om informatie moet vragen alleen voor administratieve redenen, bijvoorbeeld richting een zorgverzekeraar.

POH, specialist en andere partners

Voor afstemming met de praktijkondersteuner (POH), per telefoon, secure mail of chat geeft de richtlijn geen regels. Wel de aanbeveling om die afstemming vast te leggen in het dossier. Het berichtmodel houdt ook al rekening met uitwisseling met de medisch specialist, al is de richtlijn daarvoor in de tweede lijn niet vastgesteld. Voor wijkverpleging en apotheek vonden we geen aparte landelijke afspraken met paramedici. Dat wordt vaak regionaal of per zorgprogramma geregeld.

Veilige kanalen

De KNMG noemt twee vormen van elektronische uitwisseling. Bij push stuur je gericht een bericht naar een ontvanger met een behandelrelatie, zoals een Edifact-bericht of beveiligde e-mail. Bij pull stel je gegevens beschikbaar om te raadplegen, zoals via het Landelijk Schakelpunt.

Voor terugrapportage gebruik je in de regel push:

  • Berichtendienst. De richtlijn noemt verwijsapplicaties zoals die van ZorgDomein en berichtendiensten zoals Zorgmail als systemen die het berichtmodel kunnen ondersteunen.
  • Beveiligde e-mail. Mail je, dan moet je volgens de richtlijn NTA 7516 naleven. De KNMG noemt Zivver en Zorgmail als voorbeelden van systemen voor veilig mailen. Meer hierover in NTA 7516 en veilig mailen.
  • Papier. Een papieren brief gaat in een gesloten envelop.
  • Fax. Die wordt volgens de richtlijn te onveilig geacht en moet niet meer worden gebruikt.

Welk kanaal de huisarts kan ontvangen, verschilt per praktijk en regio. Het loont om dat per huisartspraktijk vast te leggen.

Standaarden: wat er nu geldt

  • Rubrieken en zibs. De rubrieken in de HASP-paramedicus verwijzen naar zorginformatiebouwstenen (zibs) en sluiten aan bij de Basisgegevensset Zorg (BgZ). De richting is dat zibs als HL7 CDA of FHIR aan een leesbaar bericht worden toegevoegd. Een leesbare versie blijft altijd nodig. Wat FHIR is, lees je in FHIR uitgelegd voor praktijkhouders.
  • Wegiz. In de voortgangsbrief van december 2024 staan onder meer de BgZ tussen instellingen voor medisch-specialistische zorg en eOverdracht, de verpleegkundige overdracht tussen langdurige zorg en ziekenhuizen. Voor beide noemt de brief 1 januari 2027 als beoogde inwerkingtreding, met de kanttekening dat planningen voorlopig zijn. Paramedische zorg staat niet in die lijst.
  • Twiin. Dit landelijke afsprakenstelsel noemt de BgZ en beeldbeschikbaarheid als toepassingen. De eerste lijn en paramedische zorg noemt de site niet.
  • Programma paramedische zorg. Vanuit het Integraal Zorgakkoord loopt sinds januari 2023 het programma gegevensuitwisseling paramedische zorg, voor uitwisseling tussen paramedici onderling, met de huisarts en met de patiënt. Volgens de VvOCM werken zeven paramedische beroepsorganisaties daar de komende jaren aan. Concrete eisen aan je EPD zijn daaruit nog niet gepubliceerd in de bronnen die wij hebben bekeken.

Toestemming, beroepsgeheim en AVG

De KNMG beschrijft dat de zwijgplicht niet geldt tussen hulpverleners die rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van een behandelingsovereenkomst. Je mag hen informatie geven voor zover die noodzakelijk is voor hun werk. Toestemming is dan niet vereist, maar de patiënt moet wel weten dat je informatie deelt en mag bezwaar maken.

De HASP-paramedicus past dat toe op jouw situatie:

  • Bij een verwijzing hoef je geen toestemming te vragen. De huisarts verwacht terugrapportage.
  • Bij directe toegang blijft de huisarts medebehandelaar. Ook dan is geen toestemming nodig, maar maak wel duidelijk dat je gaat rapporteren.
  • Maakt de patiënt bezwaar, dan weeg je die wens af tegen de noodzaak van uitwisseling.

Waar ligt de grens? De bronnen die wij bekeken noemen als grondslag de uitvoering van de behandelingsovereenkomst, niet gerechtvaardigd belang. Uitdrukkelijke toestemming is wel nodig als je deelt met een partij die niet bij de behandeling betrokken is. Ook voor het beschikbaar stellen via een elektronisch uitwisselingssysteem is toestemming nodig, zelfs binnen een gezamenlijke behandeling. Deel daarnaast alleen wat de ontvanger nodig heeft.

Wat het RESV regionaal kan vragen

Een RESV legt geen landelijke techniek op. Gegevensuitwisseling staat wel op de lijst met onderwerpen waarover het RESV afspraken kan maken, en ICT valt onder de ondersteunende taken. De HASP-paramedicus verwacht ook dat regio's de implementatie gezamenlijk oppakken, met afspraken over:

  • streefgetallen voor tijdig en correct verzenden
  • monitoring van het aantal op tijd verzonden berichten
  • scholing in samenwerking met NHG en de beroepsverenigingen
  • feedback aan individuele zorgverleners over de kwaliteit van hun berichten

De LHV vindt daarnaast dat het goed werkt als regionale samenwerkingsorganisaties samen kiezen met welk verwijssysteem ze werken. Hoe dit uitpakt, verschilt per regio. Vraag het na bij je RFO of RPO.

Checklist voor je EPD en je werkafspraken

Je EPD

  • Kun je verwijzingen digitaal ontvangen en in het dossier overnemen?
  • Maakt je EPD een eindrapportage en DT-bericht in de volgorde Envelop, Kern, Dossiersamenvatting?
  • Krijg je een signaal als een bericht binnen 5 werkdagen moet worden verstuurd?
  • Welke kanalen zijn gekoppeld: verwijsapplicatie, berichtendienst, beveiligde mail?
  • Worden verzonden berichten en afstemming met de POH vastgelegd in het dossier?
  • Kun je je gegevens gestructureerd exporteren, bijvoorbeeld in FHIR?

Je werkafspraken

  • Leg per huisartspraktijk vast via welk kanaal je berichten stuurt.
  • Vertel patiënten bij directe toegang dat je terugrapporteert aan de huisarts, en noteer een bezwaar.
  • Spreek met je team af wie berichten naleest en verstuurt.
  • Gebruik geen gewone mail of fax voor gezondheidsgegevens.
  • Vraag je RFO of RPO welke afspraken over gegevensuitwisseling in het RESV-plan staan.

Verder lezen

Veelgestelde vragen

Moet ik als paramedicus terugrapporteren aan de huisarts?
Volgens de Richtlijn HASP-paramedicus stuur je altijd een eindrapportage bij het afsluiten van de behandeling, en altijd een DT-bericht na een eerste contact via directe toegang. Bij een verwezen patiënt overweeg je daarnaast een update bij het eerste contact. Berichten gaan zo snel mogelijk de deur uit, uiterlijk binnen 5 werkdagen.
Heb ik toestemming van de patiënt nodig om de huisarts te informeren?
Meestal niet. De zwijgplicht geldt niet tussen hulpverleners die rechtstreeks betrokken zijn bij de behandeling, voor zover de informatie noodzakelijk is. De patiënt moet wel weten dat je rapporteert en mag bezwaar maken. Deel je met partijen buiten de behandeling, of via een elektronisch uitwisselingssysteem, dan is toestemming wel nodig.
Mag ik een verslag voor de huisarts per e-mail sturen?
Ja, als je beveiligd mailt volgens NTA 7516. Gewone e-mail is daar volgens de KNMG in het algemeen niet geschikt voor. De KNMG noemt Zivver en Zorgmail als voorbeelden van systemen voor veilig mailen. Faxen wordt volgens de richtlijn te onveilig geacht.
Zijn BgZ en eOverdracht verplicht voor paramedici?
Op dit moment niet. De Wegiz-planning noemt de BgZ tussen instellingen voor medisch-specialistische zorg en eOverdracht voor de verpleegkundige overdracht. Paramedische zorg staat niet in die lijst. Wel loopt sinds 2023 een programma gegevensuitwisseling paramedische zorg vanuit het Integraal Zorgakkoord.
← Alle artikelen