Kennisbank
NEN 7510 is de Nederlandse norm voor informatiebeveiliging in de zorg en geldt voor elke praktijk die gezondheidsgegevens verwerkt, ook een solopraktijk. Een certificaat is niet wettelijk verplicht; aantoonbaar voldoen wel. Dit artikel legt uit wat dat betekent, wat de IGJ toetst en wat je zelf moet regelen naast wat je EPD-leverancier doet.
NEN 7510 is de Nederlandse norm voor informatiebeveiliging in de zorg. De norm stelt eisen aan hoe zorgaanbieders de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van gezondheidsinformatie borgen, via een beheerst en herhaalbaar proces. De norm geldt voor iedere zorgaanbieder die persoonlijke gezondheidsinformatie verwerkt, ongeacht de omvang van de praktijk. Ook een solopraktijk valt eronder.
De verplichting volgt uit een samenspel van wetgeving:
Dit onderscheid wordt vaak gemist. Wettelijk verplicht is aantoonbaar voldoen: je moet kunnen laten zien dat je een werkend managementsysteem voor informatiebeveiliging (ISMS) hebt en dat je maatregelen effectief zijn. Een officieel NEN 7510-certificaat is niet wettelijk verplicht. Certificering is wel de meest geaccepteerde manier om aan de toezichthouder en zorgverzekeraars te bewijzen dat je voldoet, maar voor een kleine praktijk is een goed gedocumenteerde eigen aanpak vaak voldoende.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd gebruikt NEN 7510 als leidraad bij toezicht. Bij praktijken kijkt de inspectie onder meer naar:
Een deel van de norm kun je niet uitbesteden. Dit blijft altijd de verantwoordelijkheid van de praktijk zelf:
Als praktijkhouder ben je verwerkingsverantwoordelijke; die rol kun je niet doorschuiven. De leverancier is verantwoordelijk voor de technische beveiliging van de software: versleuteling, beschikbaarheid, logging-functies en 2FA-mogelijkheden. Vier vragen die je elke leverancier zou moeten stellen:
NEN 7510 is de overkoepelende norm. NEN 7512 verdiept die voor veilige elektronische gegevensuitwisseling tussen zorgpartijen, bijvoorbeeld bij verwijzingen. NEN 7513 werkt de eisen voor logging uit: het stelselmatig vastleggen van wie wanneer welk dossier heeft geraadpleegd of gewijzigd. Alle drie zijn via het Besluit elektronische gegevensverwerking aangewezen; je EPD moet ze alle drie ondersteunen.
Begin met een risicoanalyse en een eerlijke inventarisatie: wie heeft toegang tot wat, waar staan gegevens, wat gebeurt er bij uitval. Leg vast wat je al doet, dicht de grootste gaten eerst (2FA, toegangsbeheer, incidentenregister) en plan de onafhankelijke driejaarlijkse toets in. Informatiebeveiliging is geen eenmalig project maar een doorlopende cyclus; klein en consequent wint van groot en eenmalig.